vrijdag 30 december 2011

onthulling

Wekelijks komen er berichtjes binnen met de vraag over wie dat ene gejatte verhaal nou gaat. Dat ga ik natuurlijk nooit vertellen. Bij sommige verhaaltjes staat een bandnaam, maar dat is lang niet altijd de juiste naam. Sommige dingen kunnen nou eenmaal beter geheim blijven.

Nu het jaar zo goed als voorbij is, wil ik al die nieuwsgierige mensen een beetje tegemoetkomen en toch iets onthullen. Daarom in willekeurige volgorde een lijstje met de onderwerpen van de tien populairste verhalen:

The Beta Band, Jeff Buckley, Massive Attack, AC/DC, The Apers, Maroon 5, The Handsome Family, Dweezil Zappa, Neil Diamond en Graffiti6.

Daar heeft natuurlijk nog steeds helemaal niemand wat aan, want alleen ik weet welke verhalen het populairste waren. Ha! Jammer hè? Blijft het toch nog een raadsel wat er nu precies is gebeurd.

In 2011 heb ik elke werkdag een gejat verhaal gepost. Ik had nooit verwacht dat ik het zou volhouden, maar op wonderbaarlijke wijze is het gelukt. Goed, de ene keer waren ze leuker dan de andere, maar toch… Meer dan 250 keer voor 9 uur ’s ochtends een verhaal afleveren is voor iemand die elke dag tanden poetsen al een zware exercitie in discipline vindt, een behoorlijke opgave.

In 2012 gaat het tempo daarom wat omlaag. De eerste weken post ik alle ingezonden verhalen die ik het afgelopen jaar heb ontvangen. Daarna gaat de frequentie terug naar maximaal één verhaal per week. Dan weten jullie dat vast…

Rest mij niks anders dan iedereen een gelukkig, gezond en diefstalloos 2012 te wensen!

Oh, en heel erg bedankt voor jullie massale aandacht. Nooit geweten dat een mens zo vrolijk kan worden van duizenden pageviews per week.



donderdag 29 december 2011

benzinepomp

De sfeer in de bus was al dagen om te snijden. De band had net een nieuwe bassist aangenomen en die lag toch een stuk minder lekker in de groep dan verwacht. In de oefenruimte was het allemaal nog goed gegaan, na drie weken op elkaars lip in een te klein busje te hebben gezeten, was iedereen hem spuugzat.

Als tourmanager had mijn uiterste best gedaan de boel bij elkaar te houden, maar nu we bijna klaar waren, kon ik mijn irritaties ook nog maar met moeite verbergen. Die gast had altijd wat te zeiken, bemoeide zich ongevraagd met elke discussie en wist alles beter. Nog één show ergens in een uithoek in Duitsland, vervolgens de eindeloze terugrit en dan waren we van hem verlost.

Het was de avond ervoor vrij laat geworden en ik was ongelooflijke brak. In de bus hadden we het over het beste medicijn tegen katers en ik vertelde over pillen die ik in ooit Amerika had gekocht. Een soort wonderpillen waarmee je kater verdween als sneeuw voor de zon. Maar ja, die waren natuurlijk binnen twee weken na terugkomst in Nederland op geweest.

De bassist trok zijn neus op en zei snibbig: “Je weet toch wel dat er maar één middel is dat écht helpt tegen een kater?”

Tegen beter weten in vroeg ik wat het was.

“Niet drinken,” zei hij triomfantelijk. “Als je gisteren niet zo belachelijk veel had gedronken, zat je nu niet zo te piepen.”

Ik had zin om hem uit het raam te duwen.

Dat deed ik niet, ik trok mijn jas over mijn hoofd en probeerde wat te slapen. “Kunnen we even stoppen, ik moet plassen,” hoorde ik de bassist met zijn zeurstemmetje nog zeggen en toen dommelde ik weg. Ik voelde de bus wel even stoppen en wat later weer optrekken, maar ik registreerde het niet echt.

Na een uurtje kwam ik weer bij. De sfeer in de bus was anders; er werd gelachen. Er was nog iets veranderd, maar daar kon ik in slaapdronken toestand niet direct mijn vinger op leggen. Het leek wel alsof iedereen wat ruimer zat.

Ik keek nog eens goed om me heen en ineens zag ik het: we waren met één man minder. In lichte paniek vroeg ik wat er was gebeurd. Let je als tourmanager even niet op, vergeten ze meteen iemand. Lekker dan. Volgens de zanger was er niks aan de hand. Hij zei grijzend: “Joh, jij was die gast toch ook zat? We hebben hem bij de benzinepomp achtergelaten, die laatste show spelen we wel zonder bassist hoor.” 

woensdag 28 december 2011

oeps

Op een groter festival mochten we voor het eerst ook iets organiseren. We hadden een klein podium ergens achteraan het veld toegewezen gekregen om drie dagen lang te programmeren. Wij zouden de bands boeken en de backstage runnen, het festival zou de verdere productie op zich nemen. Ideaal.

Op de eerste dag kwam er ’s ochtends een karretje over het veld naar ons podium gehobbeld. Het was gevuld met flessen water, kratten bier, handdoeken, zakken snoep en andere dingen om de kleedkamers te bevoorraden. We verdeelden alles keurig en legden ook de dinerbonnen vast klaar. Onze backstage had geen keuken, dus de artiesten konden een warme maaltijd krijgen bij het hoofdpodium. Op een paar klapstoeltjes zaten we te wachten tot de eerste band zou arriveren.
                        
De eerste band was keurig op tijd en meteen kwamen ook de tweede, derde en vierde band aan. Het werd een behoorlijke chaos backstage. Er waren veel te veel mensen met een backstagebandje, dus we waren het overzicht totaal kwijt. Iedereen dook bovenop de voorraad bier, de dinerbonnen vlogen in het rond en er zat geen enkel bandlid in de juiste kleedkamer. Maar niemand leek wanordelijke toestanden wat te kunnen schelen. De sfeer was goed, dus wij waren blij.  

De volgende ochtend kwamen we weer bij onze backstage aan en in het daglicht zagen we wat een ravage het was geworden. De kleedkamers waren volledig geplunderd. We ruimden alles keurig op en gingen zitten wachten tot het karretje ons weer zou bevoorraden. Het duurde en duurde maar, dus ik besloot iemand van de productie te bellen. De volgende bands konden elk moment op het terrein aankomen, het zou toch leuk zijn als alles dan al klaarstond.

Het meisje dat ik aan de telefoon kreeg snapte het niet. “Hoe bedoel je, waar blijven onze spullen, wat zouden jullie moeten krijgen dan?” Ik legde vriendelijk uit dat we gisteren bier, frisdrank, handdoeken, dinerbonnen en andere dingen hadden gekregen voor onze bands en dat we nu zaten te wachten op de volgende lading zodat we onze bands weer goed verzorgd het podium op konden sturen. Het meisje viel even stil en zei: “Ja, maar dat wat jullie gisteren hebben gekregen was jullie voorraad voor drie dagen hoor.”

dinsdag 27 december 2011

bootleg

In de jaren 80 was er een bloeiende handel in bootlegs ontstaan. Ik kende ene Ron die zo’n beetje alle concerten afging om met - voor die tijd redelijk geavanceerde  -apparatuur illegale opnames te maken. Dat was nogal een gedoe en hij kon wel een hulpje gebruiken. Ik studeerde en verkeerde constant in geldnood, dus toen hij me vroeg of ik zijn assistent wilde worden, greep ik die kans met beide handen aan. Al snel bleek dat Ron niet van plan was me te betalen. Ik mocht gratis mee naar de concerten, maar omdat hij nogal op de penning was, moest ik wel mijn eigen biertjes afrekenen. Vanzelfsprekend had ik liever per uur betaald gekregen, maar ik kon nu tenminste voor niks drie keer in de week naar een show toe, dat vond ik ook al heel mooi.

Op een avond gingen we naar de Melkweg en er waren een hoop bekenden van mijn nieuwe baas. Ontzettend aardige gasten die steeds rondjes voor ons haalden. Uiteraard bood Ron zelf niemand wat aan. Net toen ik naar de bar wilde gaan om iedereen van bier te voorzien, moest ik meekomen met Ron. We hadden een nieuwe taperecorder die zo klein was dat we hem ongezien bij de mengtafel konden zetten. Als het niet al te rumoerig was in de zaal, zouden we mooie opnames krijgen, want het recordertje scheen van uitzonderlijke kwaliteit te zijn.  

Ron prutste een beetje aan het apparaatje terwijl ik ter afleiding een praatje maakte met de geluidsman. Ondertussen lette ik goed op of niemand onze kant op keek. Vijf minuten later stond alles keurig klaar en de band begon. We gingen weer bij de vriendengroep staan en ik gaf iedereen een biertje. Toen iedereen al minimaal twee rondjes had gehaald en het overduidelijk de beurt van Ron was, moest hij plotseling plassen. Hij liep snel weg en een van de vrienden verzuchtte met een zwaar Amsterdams accent dat het ook altijd hetzelfde was.

De band speelde geweldig. Ze deden een cover van een Beatles-nummer en Ron kwam dolblij terug van de wc. “Een cover verkoopt altijd goed, hier zou ik weleens goud geld aan kunnen gaan verdienen,” fluisterde hij zachtjes in mijn oor. “Ik hoop het ook,” fluisterde ik terug. “Al heb ik daar dus helemaal niks aan, ouwe krent,” dacht ik er achteraan.

’s Nachts luisterden we bij Ron thuis de opnames terug. Het kleine recordertje bleek echt heel goed te zijn en de nummers waren perfect te horen. Ook het intro van de Beatles-cover klonk fantastisch. In de tweede minuut van het nummer werd het geluid ineens gedempt, alsof er iemand zijn hand over de microfoon van de recorder hield. Je hoorde wat schurende geluiden en vervolgens een stem die met een zwaar Amsterdams accent op gedempte toon zei: “Hey Ronnie, als jij nou eens wat vaker biertjes haalde, dan hoefde ik niet door je opnames heen te praten. Maar ja, daar ben je te gierig voor, hè Ronnie?” 

vrijdag 23 december 2011

verkeerd sein

Een tv-programma wilde een documentaire over hem maken. Ze zouden bij een show komen kijken en na afloop wilden ze met hem praten. Ik waarschuwde hem dat het een belangrijk programma was en dat de kans groot was dat ze bij hem thuis wilden komen filmen. Als dat een probleem was, moesten we maar vast nadenken over een aardige manier om dat duidelijk te maken. Hij zei dat hij het gesprek zou afwachten, als het klikte met de programmamakers, mochten ze best bij hem thuis komen.

Hij deed een show in een theater en na afloop kwam hij naar de foyer om te signeren. Er stond een lange rij met fans voor zijn tafel. Ik stond aan de zijkant toe te kijken en maakte een praatje met wat mensen van de pers. De programmamakers meldden zich ook. Ik beloofde hen voor te stellen aan de artiest, zodra hij klaar was met signeren. Dat kon nog wel even gaan duren, dus ze besloten nog wat te gaan drinken aan de bar.

Achteraan in de rij sloten een man en een vrouw aan. Ik herkende ze meteen. Het stel runde een vaag fanblaadje over artiesten in hetzelfde genre en kwam altijd naar concerten toe met een boodschappentas vol cd’s en zelfgemaakte plakboeken die gesigneerd moesten worden. Dat duurde normaal gesproken eindeloos. Toen ze bijna aan de beurt waren, probeerde ik de blik van de artiest te vangen. Hij keek naar me en ik knikte met een gepijnigde blik naar het stel. Hij stak snel zijn duim op. Mooi, hij had dus begrepen dat hij het kort moest houden. We moesten tenslotte ook nog met de programmamakers praten en die konden we ook niet eeuwig laten wachten.

Het stel was aan de beurt en de vrouw begon direct de boodschappentas uit te pakken. Ze duwde een plakboek in de handen van de artiest en haar man begon uit te leggen waar alle knipsels vandaan kwamen. De artiest bladerde het stukje huisvlijt geïnteresseerd door. “Maar wat we dus eigenlijk wilden vragen,” lispelde de vrouw, “mogen we een keer een interview doen, dat lijkt ons zo leuk.” Ik stapte naar voren om in te grijpen, maar de artiest gebaarde dat ik me er niet mee moest bemoeien en antwoordde: “Natuurlijk, ik had niet verwacht dat jullie zulke grote fans zouden zijn, dat vind ik nou echt leuk. Jullie zijn bij deze van harte uitgenodigd om bij mij thuis in Engeland te komen voor dat interview.” Het stel viel bijna om van verbazing.

Shit. Had ik blijkbaar met mijn gepijnigde blik per ongeluk “doe aardig, dit zijn de tv-mensen” geseind. 

donderdag 22 december 2011

sate

Op kantoor hebben we de regel dat er niet meer mag worden gemaild zodra er wordt gedronken. Niet dat we voor het instellen van deze regel elke dag na de lunch teut weer aan de slag gingen, maar het kwam weleens voor dat er tijdens de borrel op vrijdag nog wat belangrijke mail binnenkwam en dat iemand die dan na vijf biertjes overijverig ging zitten beantwoorden. Dat liep zelden goed af.

Soms breekt nood wet en moet je ergens wel direct antwoord op geven. Zo kwam er een bericht binnen van een Belgische manager Stefan genaamd, die de dag erna mee zou komen met een bandje. Hij wilde het mobiele nummer van onze productmanager zodat hij met hem kon afspreken zodra hij in de buurt was. We hadden die week te horen gekregen dat de nieuwe cd van een van onze artiesten goud was geworden, dus er was al behoorlijk wat alcohol doorheen gegaan, maar dat moest nog te doen zijn. Gewoon even goed opletten dat je echt het goede telefoonnummer geeft. Onze productmanager tikte het mailtje en voor de zekerheid keken we het allemaal nog even na. Ja, het nummer klopte cijfer voor cijfer, dus versturen maar.

Er kwam meteen een onbegrijpelijk mailtje terug. Hij wist dat we in Nederland dol waren op saté, hij was er zelf niet zo’n fan van. Bedoelde hij dat hij morgen wilde gaan eten met de productmanager? Of was het gewoon een geval van Belgenhumor?

Maandag liet de productmanager zien wat hij precies had gemaild: “Beste Satefan, ik ben bereikbaar op nummer…”  Daar hadden we dus allemaal even overheen gekeken.

woensdag 21 december 2011

oktober

Ik werkte voor een band die twee keer Paradiso wist uit te verkopen. Daar waren ze zo blij mee dat ze besloten shirts te laten maken met die twee data erop. Speciaal voor de aanwezige fans zouden ze de shirts voor weinig verkopen. Leek me een mooi plan. Ik vroeg de manager of hij nog hulp nog hulp nodig had met het ontwerp, maar dat was niet nodig. Hij kende de Dutchies nou wel goed genoeg om met iets moois te komen.

Door andere werkzaamheden kon ik niet bij de eerste show aanwezig zijn en bij de tweede show kwam ik pas heel laat binnen. In de zaal bekeek ik de laatste nummers en liep naar de kleedkamer om de manager te begroeten. Ik vroeg hem meteen hoe het met de verkoop van de speciale shirts was gegaan. Hij schudde zijn hoofd en zei: “We hebben het niet zo handig aangepakt, er zijn er maar een stuk of vijf verkocht.”

Vijf shirts verkopen in een tweemaal uitverkocht Paradiso, dat was toch wel heel raar. Hadden ze geen goeie plek voor de merchstand gehad of zo? Daar lag het niet aan, volgens de manager. Waren ze dan toch te duur geweest? Ook dat was niet het probleem geweest, de normale shirts waren duurder en die hadden wel gewoon goed verkocht. Hoe konden ze dan met bijna tweeduizend shirts blijven zitten?

Hij haalde een shirt tevoorschijn waarop behalve de bandnaam en de showdata “live in Paridiso” stond. Over die spelfout was niemand gevallen, zei de manager, de kleur was een veel groter probleem geweest: “Wist ik veel dat jullie alleen met Koninginnedag en bij voetbalwedstrijden oranje dragen…”